Genetica

Op deze pagina doe ik een poging om de genetica uit te leggen. De tekst die hier grotendeels voor gebruikt is komt van LittleFoxFarms. Dit is een kennel in Amerika die het naar mijn idee heel duidelijk (in het Engels) uitlegt. Voor het gemak heb ik alles wat niet op border collies van toepassing is weggelaten (C, G locus). Ook termen die ik niet gebruik in de uitleg heb ik weggelaten.

De basis

DNA: Iedere cel heeft een set genetische eigenschappen. Dit is het DNA. In het DNA staat dus het uiterlijk van de hond vastgelegd.

Locus: Locus is Latijns voor locatie. De term locus wordt gebruikt om een bepaalde plek op het DNA aan te duiden. Iedere eigenschap heeft zijn eigen vaste plek (eigen locus) in het DNA. Het meervoud van locus is loci

Gen: Een gen is een stukje DNA. Een gen codeert een bepaalde erfelijke eigenschap.

Allelen: Een allel is een type gen en vormt de inhoud van de locus. Het genetische materiaal zelf dus. Daarvan zijn altijd twee versies, de dominante en de recessieve versie. De dominante wordt altijd aangegeven met een HOOFDLETTER de recessieve met kleine letters. Een voorbeeld: de kleur zwart is dominant; B, bruin is recessief; b.  Beide allelen (B en b) zitten op de Black Locus. Als een hond een B en een b allel heeft, komt het zwart tot uiting en draagt de hond bruin, omdat zwart dominant is.

Nu het echte werk!

Alle vachtkleuren en patronen zijn het resultaat van verschillende loci en het effect dat zij hebben op het eumelanine  (zwart pigment) en het phaeomelanine (bruin, gelig, tan pigment) in iedere haar. 

E (Extension) locus

De eerste locus waar we naar kijken is de E locus. Deze heeft de eigenschap iedere andere visuele kleur en ieder patroon die de hond heeft te maskeren. Als een hond twee e allelen heeft komt alleen het phaeomelanine tot uiting. Een goed voorbeeld is de Golden Retriever. Bij border collies noemen we dit “Australisch rood” Er zijn verschillende tinten, deze worden veroorzaakt door de I (intensity) locus en de C (chinchilla) locus.

E Locus heeft invloed op het eumelanine (zwart) in het haar. Gen: MCR1
De allelen:
  • EM = vormt een masker in de kop van de hond, deze hoeft niet zwart te zijn (hangt af van andere genen)
  • E = eumelanine komt gewoon tot uiting (zwart in de vacht)
  • e = eumelanine wordt onderdrukt (geen zwart in de vacht)

K (dominant zwart) locus

K locus bepaalt of er phaeomelanine in het haar zit. Gen: CBD103
De allelen:
  • KB = onderdrukt alle A (agouti) allelen (nooit driekleur, sable of brindle)
  • kbr = brindle, zorgt voor een brindle driekleur of brindle witte hond (hangt af van het A allel)
  • ky = laat het A allel tot uiting komen (driekleur of sable)

A (Agouti) locus

De A locus bepaald hoe en waar het phaemelanine tot uiting komt in het haar. Gen: ASIP
De allelen:
  • A= sable
  • a= agouti, komt niet voor bij border collies
  • a= driekleur (tan aftekeningen)
  • asa = zadelpatroon (kan ook een modifier van het driekleur zijn, of dit een allel is is dus niet 100% zeker)
  • a = recessief zwart, geen phaeomelanine in de vacht (geen tan)

B (Black/brown) locus

De B locus bepaalt de hoeveelheid van het eumelanine (zwart). Gen: TYP1
De allelen:
  • B = zwart
  • b = bruin

D (Dilute) locus

De D locus bepaalt de vorm van de pigment cellen. Gen: MLPH

Een hond die dd heeft krijgt minder pigment cellen, maar deze zijn wel groter van vorm. Hierdoor krijg je de verdunde kleur. Zwart wordt blauw en bruin wordt lilac.

De allelen:
  • D = niet verdund (zwart en bruin)
  • d = verdund (blauw en lilac)

I (Intensity) locus

De I locus bepaalt de hoeveelheid (intensiteit) van het phaeomelanine (bruin/tan). Gen: (?)

Dit bepaalt dus bijvoorbeeld welke tint het driekleur van een hond heeft.

De allelen:
  • I = roestbruin
  • i = crème

M (Merle) locus

M Locus is a pattern gene and randomly dilutes eumelanin. Gene:(PMEL)

Merle vererft dominant, een hond kan dus nooit drager zijn van merle! (Anadune geeft wel eens aan dat er 1% kans is op merle, dat klopt dus niet!) Als je merle met merle combineert heb je kans op MM honden, dat zijn de honden die vaak allerlei gezondheidsproblemen hebben. Iedere niet-dubbel merle is dus Mm (en daar is niks mis mee).

De allelen:
  • M = merle
  • Ma = atypical merle
  • Mc = cryptic merle
  • m = niet merle

H (Harlekijn) locus

H Locus is een modifier van merle. Het maakt alle verdunde (dilute) delen in de vacht wit. Gen:(PSMB7)
De allelen:
  • H = harlekijn (komt alleen tot uiting bij merles)
  • h = niet harlekijn

Tw (Tweed) locus

Tw Locus is een modifier van merle. Het veranderd de verdunde delen van de vacht in verschillende tinten van de kleur. Gen:(?)
De allelen:
  • Tw = tweed (komt alleen tot uiting bij merles)
  • tw = niet tweed

S (Spotting) locus

De S locus zorgt voor het patroon van de hond. Het haalt pigment weg en vervangt het voor wit. Gen:(MITF)
De allelen:
  • S = solide vacht, geen wit
  • si = irish spotting (typisch border collie)
  • sp = piebald, veel wit met een paar aftekeningen
  • sw = extreem wit, met vrijwel tot helemaal geen aftekeningen

T (Ticking) locus

De T locus voegt stippen toe aan witte stukken vacht (mottled). Gene:(?)
De allelen: 
  • T = mottled
  • Tr  = roan
  • Td  = dalamtiër vlekken
  • t = niet mottled

Vachtlengte

L (Long Hair) locus

De L locus bepaalt de length van de vacht. Gen:(FG5F)

Ook wel leuk om even naar te kijken is de vachtlengte. Er zijn binnen langharige en kortharige honden natuurlijk nog honden die weer een net wat langere vacht hebben of honden die er tussenin zitten. Soms is het niet zo duidelijk maar over het algemeen zijn er 2 vacht lengtes, lang en kort.

De allelen:
  • L = kortharig
  • l = langharig
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s